REFERENTIES  

Oefening baart stuurmanskunst

Het leven bestaat uit vallen en opstaan. Dit geldt niet alleen voor het leven maar ook voor fietsen. Door zijn of haar stuurmanskunsten te oefenen verkleint de fietser de kans om ‘het asfalt te kussen'. Waar in de wielrennerij op jonge leeftijd veel aandacht wordt geschonken aan het leren omgaan met de fiets, wordt hier in de triatlontraining weinig aandacht aan besteed. Behalve de triatleten die aan stayerwedstrijden doen hebben veel triatleten op dit gebied daardoor minder kwaliteiten dan hun collega's uit de wielerwereld. Op veel praktische oefeningen zijn twee kernwoorden van toepassing: vertrouwen (in eigen kwaliteiten) en concentratie. Veel triatleten geven aan het eng te vinden om in een grote groep te fietsen omdat ze niet weten wat er gaat gebeuren. Wat ze in feite zeggen is dat ze bang zijn dat ze zelf niet op tijd kunnen reageren. De oorzaak? Daar waar wielrenners veel meer gericht zijn op hun tegenstanders – en daardoor eerder signalen opvangen van wat er om hen heen gebeurt -, zijn triatleten veel meer op zichzelf gefocust, de triatleet moet zijn prestatie immers individueel neerzetten. Ook voor triatleten is het echter belangrijk dat ze leren zich op de fietsers om hen heen te concentreren, bijvoorbeeld tijdens de clubtraining. Hier doen zich regelmatig onveilige situaties voor, omdat triatleten niet weten hoe ze in groepsverband moeten rijden. Je zult merken dat het rijden in een groep je dan gemakkelijker af zal gaan dan wanneer je met de gebruikelijke wedstrijdinstelling in een groep gaat fietsen. Daarnaast is het wanneer je in een groep fietst van groot belang geconcentreerd te blijven op de dingen die om je heen gebeuren. Denk daarbij onder meer aan verandering van wind, wisseling tussen zon en schaduw, verandering van wegdek of oneffenheden (gaten!) daarin, overgang van brede naar smalle weg, etc. Het peloton of de groep zal op al deze gebeurtenissen reageren. Wanneer je hier niet alert op bent, zul je te laat reageren en is de kans groot dat je valt.

Intimiteitgebied
Bochten rijden zonder dat andere fietsers om je heen rijden is niet zo moeilijk. De bocht is dan zoveel mogelijk een rechte lijn. Buiten, binnen, buiten noemen ze dat. Het is daarbij verstandig om ver de bocht door te kijken en niet naar het wegdek vlak voor je. Het is eigenlijk net als autorijden, waarbij je ook verder kijkt dan de auto voor je. Op die manier kun je de snelheid juist inschatten en kom je met de hoogste snelheid een bocht door. In een groep is het echter de bedoeling dat je zoveel mogelijk je lijn houdt. Dat betekent dat je zoveel mogelijk op het weggedeelte blijft rijden waar je de bocht ingaat. Stuur je op het midden van de linkerweghelft de bocht in, dan hou je die positie de gehele bocht aan. Bij het rijden op rechte stukken zit je als renner vaak binnen het zogenaamde ‘intimiteitgebied' van een andere renner. Je bent als het ware dichter bij dan die andere renner wenselijk vindt (angst). Om jezelf hiermee vertrouwd te maken kan je proberen op lage snelheid een hand van het stuur te halen om je mederenner aan te raken. Dit kan schouder, arm of rug zijn, maar ook zadel of stuur. Wanneer je dit bij elkaar oefent zal je merken dat je minder angstig wordt wanneer iemand zijn hand uitsteekt naar je of een hand op je schouder legt om even om te kijken of er geen verkeer aankomt. Als je dit goed beheerst zal je merken dat je dit ook kan bij een hogere snelheid.

Waaierrijden
Wanneer de wind van de zijkant komt en het tempo in de groep moet gehandhaafd blijven, dan wordt er in veel gevallen een waaier geformeerd. Het is als het ware een verkapte natuurlijke intervaltraining. Bij het rijden in een waaier is het belangrijk te voelen uit welke richting de wind waait om vervolgens aan de kant van de weg te gaan rijden waar die wind vandaan komt (wind van links betekent dus links rijden). Als je van kop af komt doe je dit aan dezelfde kant. Renners achter je moeten daar dus rekening mee houden bij de keuze van hun positie aan het achterwiel. Je laat je langzaam afzakken naar de achterzijde van de groep. Kijk wel goed wanneer je weer aan moet zetten om niet te veel kracht te verspillen om in het laatste wiel van de waaier aan te kunnen sluiten. Bij het overnemen in de waaier is het niet de bedoeling dat je het tempo opvoert, maar dat de snelheid gelijk blijft. Anders rijd je een groepsgenoot uit het wiel, terwijl het eigenlijk de bedoeling is om samen te werken. ‘Oefening baart kunst' en dat geldt zeker waar het gaat om stuurmanskunst. Je zult merken dat je met meer zelfvertrouwen gaat rijden in groep of peloton en beter kunt anticiperen op ander verkeer.

 

Terug naar het referenties overzicht.