} -->
fotopagina chris-brands.nl
 
Naam: *
E-mail: *  
Opmerking:  
   

* zijn verplichte velden

 

Hieronder vindt u een overzicht van de conclusie uit wetenschappelijke artikelen uit de Medicine in Science Sports and Exercise. Elke conclusie wordt in 1 zin weergegeven waar mogelijk. Het is mogelijk om de tekst van het artikel op de vragen. Dit kan gebeuren bij de bibliotheek van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ook publiceer ik met regelmaat conclusies uit eerdere tijdschriften.


Juli 2003

  • Bij twee duurtrainingen per dag is het aantal leukocyten en neutrofielen hoger dan bij een duurtraining per dag (1130-1138).
  • Stayeren bij zwemmen is het meest voordeling op twee manier. Manier een is zo dicht mogelijk aan de voeten zwemmen en manier twee is de insteek naast de schouder van degene die voor je zwemt (1176-1181).
  • Tapering off is het meest ideaal wanneer het trainingsvolume afneemt met 60-80%, trainingsfrequentie met 20% afneemt waarbij de trainingsintensiteit behouden moet worden. Een tapering off kan 4 tot 28 dagen duren. Het af laten nemen op een lineaire of niet lineaire heeft geen effect op de prestatie (1182-1187).

Augustus 2003

  • Inactiviteit en een lage VO2max zijn de belangrijkste parameters voor metabole syndromen (1279-1283)
  • Accupunctuur heeft geen effect op het psychische en fysieke welzijn van sporters (1296-1302).
  • Bicarbonaat suppletie bevorderd het sprintvermogen bij wielrenners (1303-1315).
  • Cafeïne zorgt voor een toename van inspanningstijd (1348-1354).

 

Juni 2003

  • Concentrische contracties zorgen voor een grotere toename van groeihormoon, testosteron en vrije testosteron tov excentrische contracties (937-943)
  • Een vetrijk dieet van 5 weken zorgt voor een toename van lipide druppels in de spier maar verlaagd het spierglycogeen niet (952-960)
  • Efedrine zorgt voor een toename van de spierconditie tijdens een eerste sessie krachttraining, waar caffeine geen effect geeft (987-994)
  • Concentrische contracties zorgen voor een een hogere; RPE, lactaat, cortisol en pijn duiding (1017-1025).
  • Vibratietraining geeft evenveel effect op de krachtstoename als middelmatige kracht training bij jonge ongetrainde vrouwen (1033-1041)

 

mei 2003

  • Glucose opname in spieren, is bij getrainde mannen hoger dan bij ongetrainde mannen na een intensieve training (777-783).
  • Roken geeft een sterke verminderde fysiek capaciteit op zowel jongere mannen als vrouwen. Tot de leeftijd van 36 is het negatieve effect niet omkeerbaar daarna zijn de negatieve effecten wel te beïnvloeden (793-800)
  • Lactaatmetingen zijn bij oudere atleten minder accuraat dan VO2max of wedstrijd wanneer het gaat om het geven van intensiteitgebieden mbt trainingen (810-817).
  • Glutamine, glutamaat ratio schijnt een belangrijke marker te zijn om te detecteren over wielrenners te veel getraind hebben (854-861).
  • Volgens een wetenschappelijke vergelijkingsmethode van de Universiteit van Madrid is de Vuelta even zwaar als de Tour de France (872-878).

 

April 2003

  • Actief herstel tijdens sport bevordert niet de glucose resynthese in vergelijking met passief herstel (595-602)
  • Ginseng heeft geen effect op het immuunsysteem van een spier (690-696)

 

Maart 2003

  • Belangrijkste marker voor adolescente jongens en meisjes die middellange afstand lopen is de snelheid bij de VO2piek (480-487).
  • Er bestaat een significant verschil tussen mannen en vrouwen bij de koppeling tussen intensiteit (procenten VO2max gemeten), ademfrequentie (uitgaande van een verbrandingseffect) en trapfrequentie. (495-499).
  • Geen effect wordt er gevonden bij zwemmen in het haaienpak op submaximale snelheid (519-524).

 

Februari 2003

  • Duurtraining zorgt voor een verlanging van de bloeddruk bij oudere patienten met een hoge bloeddruk (251-256)
  • Duurtraining zorgt ervoor dat bij een test met gelijk gebleven wattage de zuurstofopname aan het einde lager ligt dan bij dezelfde test voor een trainingsperiode van 7 weken (257-262)
  • Op hoogte is de fysiologische stress niet af te lezen aan lactaatwaarden. Adrenaline, Interleukin-6 en neutrofhielen geven adequate informatie over de fysiologische stress (263-269)
  • Mannen met een goede conditie hebben minder kans op kanker terwijl vrouwen met een lage BMI (lengte tov gewicht) minder kans hebben op kanker (270-277).
  • Bij Keniaase loper is de snelheid sterk gecorreleerd aan de VO2max. Trainen op wedstrijdsnelheid heeft bij keniaanse loper meer effect op de prestatie van de wedstrijd dan rustig trainen (297-304).

Januari 2003

  • SECRA2a expressie wordt bevorderd door zowel gemiddelde als zware training. SECRA2a wordt geclassificeerd als een mRNA van cardiale of Spiervezeltype 1 (slow-twitch) (27-31)
  • Het verschil in running economy bij middellange afstandsloper wordt voornamelijk toegeschreven aan het verschil in vezeltype 2 wat aanwezig is (45-49).
  • Bij vermoeidheid is de langzame component de VO2 niet afhankelijk van mechanische weerstandsverschillen (50-57).
  • Creatine suppletie zorgt niet voor een verandering van de insulinegevoeligheid bij actieve gezonde mannen (69-74).
  • Albumine is een belangrijke marker om te traceren of een persoon een langdurige inspanning heeft gedaan (ultra-afstand) (75-81).
  • Bilaterale leg extensie levert een afname van kracht op tov unilaterale leg extensie (111-118).
  • Er is geen verlies van botdichtheid na een periode van 5 jaar hardlopen en calcium suppletie bij lange afstandsloopsters (137-143).

 

December 2002

  • Aërobe training, zowel laag als middelzwaar hebben een positief effect op psychische en fysieke factoren bij patiënten die kanker hebben overleeft (1863-1867).
  • Een combinatie van kracht en aërobe training heeft meer effect dan alleen aërobe training bij hartfalen (1868-1872)
  • Sporter geboren op zeeniveau verbeteren hun bloedvolume en hemoglobine concentratie door langdurig op hoogte te trainen (1934-1939).
  • Dehydratie zorgt voor een ernstige verstoring van het immuunsysteem ondank inname van koolhydraten (1941-1950)
  • Een economische fietsstijl en een hoge mechanische effectiviteit kunnen een tekort aan maximale zuurstofopname compenseren 92079-2084.

November 2002

  • Marathonloper die koolhydraten suppleren kunnen harder lopen bij een minder gevoel van vermoeidheid (1779-1784).
  • Cafeïne in combinatie met creatine verhoogd het anaërobe vermogen (1785-1792).
  • Hoge intensieve intervaltraining zorgt voor een prestatietoename van de 40 km tijdrit bij zeer goed getrainde wielrenners (1801-1807)
  • Rijden in het veld geeft een gemiddelde belasting van 80% VO2max. Vooral de start is heel erg intensief. trainers zullen zich hier in de voorbereiding op moeten richten (1809-1813).

September 2002

  • Hard trainen op sprintonderdelen verhoogt niet de uitscheiding van nandrolon (1436-1439).
  • Drie keer 10 minuten wandelen op een dag geeft evenveel effect op de gezondheid als een keer 30 minuten (1468-1474).
  • Een hoge trapfrequentie op de fiets levert ook een hoge pasfrequentie met lopen (1518-1522).
  • Vier maanden powerplate training zorgt voor een toename van de sprongkracht (1523-1528).

 

Augustus 2002

  • IGF-1, IGFBP-2, IGFBP-3 zijn belangrijke markers om te achterhalen of er doping gebruikt is (1270-1278).
  • De VO2 piek beïnvloed de middelzware arbeid op een positieve manier als omgedraaid ( 1279-1987).
  • Door spierstijfheid zijn de benen bij het lopen op een loopband beperkt in hun uitslag (1324-1331).
  • Zware krachttraining leidt tot een toename van maximale kracht, running economy, maar heeft geen effect op de VO2max.

Juli 2002

  • Orale bovine colostrum suppletie (20- 60 gram per dag) zorgt voor een significante toename van de prestatie bij een tijdrit van 2 uur op 65% van de VO2max. (1184-1188).
  • Serotonine zorgt voor een verhoging van de groeihormoonconcentratie in rust maar beïnvloed niet de prestatie (1189-1194).
  • Het trainen van de ademhalingsspier heeft geen effect op duurprestaties (1195-1198).

Juni 2002

  • Er bestaat geen significant verschil in rust hartfrequentie en adenosine myocard perfusie tussen getrainde en ongetrainde personen. Wel is de hartfrequentie lager bij getrainde in relatie tot ongetrainde (948-951).
  • De reden voor een hoog VO2max bij jonge personen moet vooral gezocht worden in een hoog bloed volume. Waarschijnlijk is dit erfelijk bepaald.(966-971).
  • Het berekende wattage per wielrenner dat nodig om een wereldrecord te rijden op een 4000 meter achtervolging is 520 watt per deelnemer (1029-1035).

 

Mei 2002

  • Koude tempraturen zorgen voor een verminderde vetverbranding. (774-779).
  • Een goed getrainde wielrenner heeft bij zware inspanning wel degelijk last van een vermoeide ademhalingspier. Training van deze spieren levert een significant verschil op. (785-792).
  • Taurine is een sulfur verbinding aminozuur welke verantwoordelijk is voor met name zenuwstelsel en hersenen. Er bestaat een verschil tussen het taurine niveau in snelle en langzame spiervezels. Na sport is in alle spiervezels het taurine gehalte gedaald ongeacht het type spiervezel. (793-797).
  • Dertig dagen vitamine E suppletie levert geen resultaat op bij spierschade door concentrische bewegingen van de spier (798-805).
  • Wielrenners kunnen een te veel aan ijzer opslaan in het lichaam. Dit is niet per se een gezonde zaak. Daarom is het aan te raden om regelmatig het ferritine gehalte te laten meten. (876-880).
  • Het gebruik van de methode 22 - leeftijd om een voorspelling te doen over de maximale hartfrequentie geeft onvoldoende informatie om op basis van deze gegevens een model te maken ter bevordering van de aërobe capaciteit. (881-887).

April 2002

  • Lichaamsbeweging zorgt voor een verlaging van de bloeddruk bij obese (te dikke) mensen ook wanneer het lichaamsgewicht niet veranderd (596-601).
  • Koolhydraat inname zorgt voor een verbeterde cognitieve functie bij teamsporten (723-731).
  • Acustat Electro membraan micronutriënten therapie zorgt voor verminderde spierschade. Het mogelijke mechanisme hierachter is het herstel van Calcium ++ homeostase (602-607).
  • Leptine heeft meer tijd nodig om terug te komen in balans na krachtraining in vergelijking met andere parameters. Voor meer leptine informatie zie eerder op deze pagina (608-613).
  • Bicarbonaat heeft geen effect op spiermetabolisme (614-621).
  • Sprinter kunnen het beste op een snelheid van 90% of meer trainen (662-666).

 

Maart 2002

  • Zestig excentrische contracties op 135% van de maximale kracht levert veel DOMS (Delayed of Omzet Muscel Zones = spierpijn) op.(443-448).
  • Drie dagen vet eten bij intensieve trainingen op de fiets levert geen verschil in lactaat, VO2, etc. (449-455).
  • De pasfrequentie na 30 minuten fietsen ligt significant hoger dan na 30 minuten lopen. (530-536).

 

Februari 2002

  • Na een marathon dient 5,6% van het totale deelnemersaantal voor dehydratie, door medisch gekwalificeerd personeel behandeld te worden. Het maakt geen verschil tussen infuus of orale inname van vocht (185-189).
  • Tijdens een maximaaltest tonen elite wielrenners met een blessure aan een been een significant andere krachtsverdeling over het linker - en rechter been tov gezonde wielrenners(218-224).
  • Velen jaren werd er gedacht dat de propulsie bij het zwemmen van borstcrawl opgewekt werd door een translatiebeweging en drag (weerstand van het lichaam in het water). Nieuwe theoretische inzichten Geven aan dat de rotatie van de arm en ook de hand zorgt voor een extra stuwing waar voorheen nooit eerder naar gekeken is. Met name de duwfase schijnt dusdanige handrotaties op te leveren dat dit leidt tot veel nieuwe ideeën Hypothese is dat tijdens de duwfase de laminaire stroming van water dusdanig veranderd dat hierdoor de veranderende flow van water meer druk oplevert, zodat er nog een beetje extra afgezet kan worden tegen water. (314-319).
  • De testresultaten van de ONCE ploeg tov een goede amateurploeg. Het eerste getal is de waarde van ONCE en het tweede getal de waarde van de amateur.
    Maximaal wattage: 508 watt om 430 watt, VO2max (ml/min) 5021 L/min om 4855 L/min, VO2max (ml/kg/min) 71.3 om 69.5, Lactaat maximaal 9.1 mmol om 9.5 mmol, Hartfrequentie maximaal. 196 om 197, Lactaatdrempel (watt , %) 312 watt (61%) 234 watt (54%) (Noot: Bovenstaande bevat gemiddelde waarden, bij maximaaltest met 2 minutenprotocol.)

 

December 2001

  • Meervoudig oefenprogramma voor enkelstabiliteit heeft een zeer positief effect op de toename van de enkelstabiliteit (1991-1998).
  • De ademhalingsspier was minder vermoeid naar een sessie van fietsen-lopen (combinatie zonder rust) dan wanneer er alleen gefietst of gelopen werd. Fietsen geeft de hoogste vermoeidheid in de ademhalingsspier (2036-2043).
  • Wanneer een maximaaltest gedaan wordt is een tijdrit van 20 minuten meer gerelateerd aan de maximale zuurstofopname terwijl een tijrit van 90 maar gerelateerd is aan de waarde die de OBLA (onset blood lacate accumulation) aangeeft (2077-2081).
  • Verschillende strategieën bij het lopen van een 1500 meter levert geen verschil op in prestatie bij verschillende intensiteit (90,95,100, 105 van de vVO2max).

 

November 2001

  • Drie verschillende methoden om de ventilatiedrempel te bepalen (ventilatie equivalent, CO2 productie, V-slope methode) zijn alle drie hoog gecorreleerd aan de lactaatdrempel. (1841-1848).
  • Het slagvolume van het hart neemt bij elite loper gedurende een progressieve belastingtest ook op 85% van de HRR toe. Bij studenten en gemiddelde lopers was dit niet het geval (1849-1861).
  • Het effect van 30 minuten fietsen op drie verschillende trapfrequenties (eigen ideale trapfrequentie, -20% eigen ideale trapfrequentie, +20% eigen ideale trapfrequentie) Levert geen verschil in vermoeidheid op in type I en type II spiervezels (1882-1881).
  • Rate of Percieved Exertion is een goede graadmeter om een inspanning van 125% VO2max te detecteren tijdens de eerste 2 minuten van een inspanning (1953-1958).

 

Oktober 2001

  • De bloedlipidespiegel bij jonge lange afstandslopers is niet verschillend tov hun leeftijdsgenoten die niet lopen (1661-1666).
  • Voordat een atleet gedehydreerd raakt treedt er een verandering op in het EMG beeld. Het onderzoek heeft niet achterhaald of dit door de dehydratie komt (1694-1700).
  • Zeven dagen excentrische training met spierpijn levert geen extra spierschade of ontstekingen op (1732-1738).
  • De aerobic adaptatie is een prima middel om de conditie te meten. Protocol is 10 watt per minuut omhoog tot 70% van de HF max. de totaaltijd is 8min - 12min (1770-1773).

 

September 2001

  • Na een trainingsperiode van 6 weken is de rusthartfrequentie teruggelopen alsmede de snelheid van teruglopen van de hartfrequentie na inspanning (1496-1502).
  • Hoge of lage voetplaatsing bij de squat-oefening levert geen verschil in de kniedruk op. Het buigen van de knie is bepalend voor de kniedruk. Des te meer de knie buigt des te hoger de kniedruk (1552-1566).
  • De attitude is een belangrijke factor voor het resultaat van een wedstrijd.

 

Augustus 2001

  • Er bestaat geen verschil in maximale zuurstofopname, maximale hartfrequentie, ventilatie en cardiac output, bij maximaal testen van zes minuten en twaalf minuten., (blz. 1265-1269).
  • Wanneer koolhydraten 30 minuten voor een inspanning gesuppleerd worden, wordt de maag het minst snel geleegd bij een intervaltraining op 75% van de maximale zuurstofopname. Een lagere intensiteit zorgt voor een snellere maaglediging.(blz. 1270-1278).
  • Wanneer twee groepen vrouwen vergeleken worden met verschillende eetgewoontes (een groep eet veel en de andere groep eet weinig) blijkt dat er geen verschil bestaat in botdichtheid en botsamenstelling. De groep die weinig eet en streng op hun voedsel let beweegt wel meer dan de groep die niet op hun voedselinname letten.(blz. 1292-1296).
  • Wanneer en atleet niet traint zullen in eerste instantie capillaire dichtheid, A_V zuurstofverschil en oxidatieve enzymen afnemen.(blz. 1297-1303).
  • Creatine suppletie heeft alleen zin in combinatie met krachttraining.(blz. 1304-1310).
  • Leptine is een hormoon dat sterk betrokken is bij wisselingen van de vetmassa en vetvrije massa van atleten. Er bestaat geen verband tussen conditionele (metabole) parameters en dit hormoon. Leptine reguleert de lichaamsvetverdeling.(blz. 1324-1329).
  • Het verschil in hardloopeconomie kan al bepaald worden bij een minimale snelheid. Er bestaat een lineair verband tussen hardloopsnelheid en economie.(blz. 1330-1337).
  • Professionele wielrenners blijken verschillende ideale trapfrequenties te hebben. Tijdens een inspanningstest in het lab. scoren zij tussen de 90-110 RPM, terwijl bij een lange vlakke tocht in een meerdaagse etappekoers 90 RPM wordt gescoord. Bij een tijdrit wordt er 87 RPM gescoord en tijdens het klimmen wordt er 71 RPM gescoord.(blz. 1361-1366).
  • IRONMAN triatleten die deelnemen aan het wereldkampioenschap op Hawaï worden blootgesteld een extreme UV stralingen (vier keer zo veel als maximaal toelaatbaar). Het is daarom ten strengste aan te raden om zo veel mogelijk beschermende middelen te gebruiken(blz. 1385-1386).
  • Zowel centrale als locale effecten van trainen zijn zichtbaar in de variabiliteit van de hartfrequentie in liggende positie. Des te groter de variatie des te beter de getraindheid.(blz:1394-1398).

 

July 2001

  • Glycogeen laden van de spier wordt positief beïnvloed door een vijfdaagse kuur van creatine suppletie. Het vermoeden is dat door het verhoogde celplasma er ook een verhoogde capaciteit voor glycogeenopslag plaatsvindt.(blz. 1096-1100).
  • Specifieke ademhalingsoefening in combinatie met een specifieke roei warming-up zorgt voor een verbeterende zes minuten all-out prestatie.(blz. 1189-1193).
  • Er wordt na een zware trainingsperiode geen verschil in rusthartfrequentie gevonden bij topmarathonlopers. Er vindt alleen een daling van de bloeddruk plaats.(blz. 1220-1225).
  • Zuurstofopname gemeten bij goede wielrenners (VO2max +/- 65 ml/kg/min.)loopt niet geheel lineair met de poweroutput. Bij hoge zuurstofopnames neemt deze en de EMG onevenredig meer toe dan de power-output.(blz. 1241-1245).

Mei 2001

  • Jonge atleten met een laag serum ferritine gehalte kunnen veel gebaat zijn bij het slikken van ijzer.(blz. 741-746).
  • Fysiek fitheid valt te voorspellen aan de hand van de eerste jaren van de adolescentie. Bij alle adolescenten neemt de fitheid progressief toe.(blz. 765-771) .
  • Bewegen bij ouderen kan zorgen voor een verminderde cognitieve functie afname (MMSE-schaal, 30 punt).(blz. 772-777).
  • Door een aanpassing van de optimale lengte van de hamstring bij excentrische belastingen, wordt de kans op blessures aan diezelfde hamstring kleiner.(blz. 783-790).
  • Professionele wielrenners welke voor de Vuelta werden gemeten in een lab. gaven een belastingen tijdens deze ronde te zien van 51% van de HFmax (HRR-methode) bij een vlakke etappe, 58% bij een etappe met rolling hils en 61% bij een bergetappe. De extrapolatie van vermogen gaf vervolgens 192W, 234W en 246 watt.(blz. 796-802).
  • Het trainen van de ademhalingsspier bij roeiers zorgt voor een significant verbeterde prestatie op een 6 min all-out roei-ergometer-test alsmede de 500 metertest. (blz. 803-809).

April 2001

  • Testen met een stapgrote van 35 watt en een tijdspanne van 3 minuten leveren de hoogste efficiency (621-627).
  • Na krachttraining is de IGF-1 circulatie veel hoger dan wanneer er geen krachttraining wordt gedaan (648-653).

 

Maart 2001

  • Stijfheid in de spieren neemt sneller af door een langzame continue beweging dan door het vasthouden van een positie in de eindstand bij het rekken (354-358).
  • Excentrische contracties leveren geen negatieve effecten op het oxidatieve systeem (436-441).
  • Kortdurende creatine suppletie zorgt niet voor een sterk veranderende groeihormoonspiegel of cortisol na zware krachttraining (449-453).
  • Neuspleisters leveren geen voordeel op bij ademhaling (454-458).
  • Mensen die fitter zijn eten automatisch gezonder dan mensen die minder fit zijn (459-467).
  • Het constant stayeren in een groep tijdens een triatlonwedstrijd levert een veel betere loopprestatie op dan het kop over kop rijden in een groep (485-491).
  • Magnesium suppletie verbeterd niet de sportprestatie wanneer er geen deficiet aanwezig is (493-498).

September 1999

  • Het onregelmatige eten bij vrouwen die veel aan sport doen zorgt voor een lager rustmetabolisme evenals een verstoorde menstruatie (1250-1256).
  • Een submaximale test afgenomen bij een patiënt met COPD (astma) is net zo betrouwbaar als gedaan bij een gezond persoon (1275-1264).
  • Er bestaat een duidelijke relatie tussen de zuurstofopname en de hardloopsnelheid boven de lactaatdrempel (1299-1306).
  • De sterkte van het bovenbeen en de variatie van bewegingsaanbod zorgt ervoor dat hardlopers technisch beter gaan lopen (1313-1319).
  • Bij goed getrainde atleten ligt de zogenaamde drempelwaarde bij een ademfrequentie van 32 en een HFmax van 87% (tov 220-lft) (1336-1341).
  • Bij een goed getrainde groep is het percentage van de HRR als vergelijking voor de VO2max een zeer betrouwbare meetmethode in relatie tot de snelheid (lactaat drempel).

 

Augustus1999

  • Mannen met smalle botten hebben een grotere kans op een tibialis stress factuur (1088-1093).
  • Creatine zorgt voor een toename van de vetvrije massa, kortdurende fysieke prestaties en spier morfologie (1147-1156).
  • Het koelen van het gezicht en de fysieke reactie daarop is afhankelijk van de conditie van een persoon en de leeftijd. Des te beter de conditie en des te ouder des te groter de reactie (1163-1167).

 

Februari 1995

  • Zowel water als koolhydraat inname beïnvloeden de prestatie positief op 60-70% van de VO2max (200-210).
  • Er bestaat geen verandering in stroomsturing wanneer een fietser op een favoriete omwentelingssnelheid fietst. Dit verschil blijft bij fietsers en niet fietsers (217-225).

 

maart 1995

  • Zowel 11 dagen fietsen als 11 dagen lopen zorgt voor een verlaging van het leukocytengehalte (355-362).
  • Getrainde hardlopers lopen drie keer zo efficiënt als ongetrainde hardlopers (404-409).
  • Een hielverhoging zorgt niet voor een verminderde belasting op de achillespees (410-416).
  • Er worden geen verschillen in fysieke factoren gevonden bij vrouwen die menstrueren (437-441).

Mei 1995

  • Laprascopy helpt bij verkleving van buikspieren (blz 623-625).
  • Choline suppletie zorgt voor hogere choline waarden in het lichaam maar geeft geen effect op de prestatie (668-673).
  • Bij een zithoek van 69 graden worden de prestatiefactoren tijdens het fietsen op verschillende intensiteit negatief beïnvloed (673-679).

 

Voorgaande edities

  • Het doen van testen op het land met zwemmers kan een goede evaluatiemethode zijn om de vooruitgang van een zwemmer vast te leggen. [MSSE 32 (7), blz. 1211-1216 (2000)].
  • Specifieke training van de ademhalingsspier zorgt voor een verbeterde werking van het ademhalingssysteem.Parameters gemeten zijn: ademreserve, ventilatie en VO2-max.
  • Door het volgen van een trainingsprogramma van 10 weken a 30 minuten per dag werden significante verschillen gevonden.[MSSE 32 (7), blz. 1233-1237 (2000)].
  • EPO gebruik door atleten is zeven dagen na de laatste injectie te achterhalen, terwijl de effecten van EPO op duursport veel langer zichtbaar zijn. blz. 1238-1243 (2000).
  • Cocaïne gebruik stimuleert de toename va adrenaline, maar reduceert het glycogeengehalte. (jan,1995).
  • Er bestaat geen verschil in hormonaal bloedplasma blij getrainde en ongetrainde. . (jan,1995).
  • Na krachttraining consumeert een vrouw 18% meer zuurstof gedurende twee uur (EPOC). In deze periode wordt er 30% meer vet verbruikt. (juni,2001).
  • Er bestaat een zeer grote variatie In de maximale lactaatwaarden in steady state. (2,5 mmol-7,4mmol). De manier die gebruikt wordt om de waarden te bepalen kan het beste een tijdsinspanning zijn. (juni,2001).
  • Om overtraining tegen te gaan is het van belang om eerst een basislijn vast te stellen. Dit kan het beste gedaan worden over een periode van 3 dagen (januari, 200 blz: 209-215).
  • Er is geen bewijs gevonden dat marathonlopers meer kans hebben op hartproblemen dan gewone mensen. Trigger hierbij is cardiaal-troponine. (oktober, 199 blz : 1414-1421).
  • De wissel van het fietsen naar het lopen bij triatlon zorgt voor een verandering in de belasting van de ademhalingsspier. Het duurt 8 minuten voordat deze spieren aangepast zijn (oktober, 1999 blz:1422-1428).
  • Er is geen verschil tussen een tijdrit van een uur en een blokkentraining waarbij de variatie 5% onder en 5% boven het tijdritniveau gereden wordt (oktober, 1999 blz: 1472-1477).

 

 

 

 


Chris Brands Consultancy



kledingsponsor

Veel wielrenners, triatleten en andere fanatieke en recreatieve tourliefhebbers hebben hun fietsmaten en fietspositie op basis van hun beenlengte laten bepalen bij de fietsdealer. Mijn vraag is altijd geweest. Hoe kan dat? Fietsen doe je in een bewegende staat en niet door te kijken naar de beenlengte. Natuurlijk bestaat er een relatie tussen beenlengte en de ideale positie, maar deze gaat lang niet altijd op volgens te stelregel zoals deze vaak gebruikt wordt bij de fietsdealer. Om tot een ideale fietspositie te komen gebruiken wij de volgende middelen.

Lees verder >>>

Triconsultancy Sport & Web Support © 2007
homepage chris-brands.nl nieuwspagina chris-brands.nl biografie pagina chris-brands.nl publicatiepagina chris-brands.nl resultatenpagina chris-brands.nl linkspagina chris-brands.nl