Het broekenvet droop van de zadels, van de coureurs die vier dagen lang het glycogeen uit hun spieren hebben laten verbranden, als een hongerige stier die staat te blazen in het land om de toreador aan te vallen. De Fleche de Sud was dit jaar een ware veldslag voor renners die het mertier zeker niet voor de laatste keer hebben gezien.
Het begon allemaal op de woensdag met een vertraging van ruim een uur. File en regen zorgde ervoor dat we vanaf sloten om 11:30 wegreden in plaats van de geplande 10:00. Eerst werden de boys uit Cadier en Keer opgepikt; Rik Sijm alias Dik Turpin en Floris Goesinnen alias Dik Turpin. Om het geheel nog verwarrender te maken hadden we nog een derde Dik Turpin en dat was Menno de Boer (Sintmaartensbrug, wereldstad in aanbouw). Alle drie zijn ze lid van DTS (Zaandam)alhoewel ik het idee had dat hun team beter Dik Turpin genoemd kan worden. De rest van de ploeg bestond uit Pieter Scheerens, Seppe Hoogzaad , Florian Smits en mijn persoon Chris Brands (Olympia, Uithoorn en Ulysses).
De begeleiding was zeer professioneel en bestond uit: Hans van Groen, Ank waarvan de achterzelf niet bekend is bij de intimi, Ben Helmink en natuurlijk de Rik Bulterman (wat geen uitweiding nodig heeft). Doelstelling voor de meeste van ons was uitrijden en wellicht voor Floris Goessinen ook nog een beetje scoren. Later werd hij gebombardeerd tot kopman, waarvan niemand tot op heden weet of hij dit wel erg vond.
Een ding wisten we zeker. Het zou zwaar worden. De informatie vooraf was dat er alle dagen een aantal flinke klimmen in zouden zitten waar je vol aan de bak zou moeten om bij te blijven. De eerste dag was een lastige etappe over een lengte van 158.7 km . Gelukkig was de neutralisatie niet al te lang (7min) zodat we al snel het eerste moment kregen waarbij er een lang lint gevormd werd. De buitenlandse ploegen hadden zich waarschijnlijk voorgenomen om de koers niet cadeau te doen. Zeker op de stukken waarbij het straf omhoog ging was dit te merken. Vaak genoeg brak het. Gelukkig was er na de klim weer een moment van relatieve rust zodat de geloste weer terug konden komen. Voor het wedstrijdverloop maakte dat niet veel uit want de sterke renners waren al herkend en zouden de komende dagen niet meer verdwijnen. Het was duidelijk na de eerste dag de Combiploeg van Olympia zou slecht een bijrol spelen in de wedstrijd (top 10 klassement). Niet zo verwonderlijk bij de gedachte dat de rest trade team 3 en 2 ploegen zijn en wij een club met vrijwilligers. Misschien niet belangrijk voor het absolute resultaat maar wel voor het relatieve resultaat.
Om maar even een niveau aan te geven de eerste 50 km werd afgelegd in 1 uur 6 minuten en 34 seconde ( 45.5 km/h ). Gelukkig waren er aan het einde van de eerste etappe een aantal omlopen zodat het makkelijker werd voor de bevoorrading tijdens de wedstrijd Als er een ding belangrijk is dat het wel. Eten, eten en nog eens eten. Het is niet aan te slepen. 90 repen sportnougat, 56 pakjes W-cup vloeibare voeding, 60 liter water. Bij deze kunnen we spreken van geluk omdat het grootste gedeelte van de wedstrijd erg nat was in de vorm van regen. Wanneer het warm geweest zou zijn zou het waterverbruik met een factor 4 hoger gelegen hebben.
De tweede etappe was eigelijk hetzelfde laken een pak. Geen echt pak natuurlijk maar een spreekwoordelijk pak. Er werd weer gigantisch hard gereden over een afstand van 171,6 km . Gemiddelde snelheid was 41,3 km/h waarbij 9 heuvels bedwongen dienden te worden. Na deze etappe waren de rapen gaar want we hadden nog maar 4 man in koers.
De derde dag bestond uit twee etappes van twee keer rond de 80 km . De ochtend etappe kende de berucht klim van de Bourscheid. De steilste kant van deze heuvel heeft een weg van 2,6 km lang met een stijgingspercentage van 16-22%. Lance Armstrong zou hier een verzet van 39-26 gekozen hebben, maar er schijnen wielrenners in het peloton te zijn die beter middelen hebben dan Lance want presteerden het om met 39-23 of zelf 39-21 omhoog te rijden. Persoonlijk reed in met 39-25 omhoog en vond dat eigenlijk veel te zwaar. Ik had gehoopt een 27 mee te kunnen nemen maar dat zat er niet in. Dit was trouwens het moment dat we dreigenden een man te verliezen uit onze groep. Gelukkig hield hij stand en haalde de finish op tijd.
De middagetappe was min of meer een makkie voor mij. Uiteindelijk kwamen we in een bus terecht die op 20 minuten finishte. Menno, Seppe en Ik hebben wel regelmatig voorin de bus reden om het tempo op te voeren helaas werden we dan terug gefloten door een of andere “Scheisse Duitser die begon te schelden dat we rustig aan moesten doen. De tweede rond hadden we ook echt scheisse aan hem maar daarna niet meer. Ik dacht nog een aan 40-45, toen deden we ook al wat de Duitsers zeiden (baal er nu nog van). Gelukkig half want hij was degene die er constant afpierde toen het harder ging en belangrijker hij heeft niet uitgereden (hahahaha).
De laatste etappe zou volgens Hans een wandeletappe worden. Jammer genoeg werd dat het niet. Na een neutralisatie van ruim 30 minuten (waarschijnlijk voor de pers) ging het vanaf meter een gelijk op de kant met 65 km/h . Tot onze grote verbazing wisten er toch nog renners te demarreren Stelletje………………………… Helaas verloren we de laatste etappe toch nog een renner. Hongerklop en te goed voorbereid deden hem de das om. Uiteindelijk waren er drie man die de koers uitreden: Floris Goesinnen (20 ste ), Menno de Boer (85 ste ) en Chris Brands (76 ste ). Voor alle renners geldt een UCI 2.6 is geen kattepis. Wees blij met je ervaring en leer voor de toekomst.
|