} -->
fotopagina chris-brands.nl
 
Naam: *
E-mail: *  
Opmerking:  
   

* zijn verplichte velden

 
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag?


Wat is doping en wat niet? En waarom mogen middelen in de ‘gewone maatschappij' gebruikt worden terwijl ze in de sport verboden zijn? Mogen mensen niet zelf bepalen welke middelen schadelijk zijn voor hun gezondheid? Met het oog op de Olympische Spelen waren dit zomaar enkele van de vele vragen die aan de orde kwamen tijdens het Nationale Dopingdebat, dat op 8 september in de Rode Hoed werd gehouden. Een debat, omdat er uiterst ongenuanceerd over doping wordt gedacht.

Tussen sport en doping lijkt een broederband te bestaan. Toch betekent dit niet dat doping gelegitimeerd en geaccepteerd is. Berichten in de media over het onderwerp hebben vaak een eenzijdige en criminaliserende toon. De onderlig­gende toon is die van schande: de gebruiker is een zondaar, de sport wordt in een kwaad daglicht gesteld en de ge­zondheid van de sporter is in gevaar. Daarnaast zou doping het ‘fair play principe' aantasten en de ‘schone' sporter dwingen tot het gebruik van stimulerende middelen. Een heksenjacht is het gevolg; schorsingen, controles en de ontwikkeling van steeds modernere opsporings­methoden moeten het kwaad dat doping heet uitroeien.

Er bestaat echter een groep gezondheidsweten­schappers die zich bezighoudt met de meer filosofisch-ethische kant van de sport. Daarin speelt het onderwerp doping een rol. Die mensen kijken met verbazing naar wat er zich rondom doping afspeelt. Ze proberen de vragen achter de vragen te stellen. Er zijn twee vragen die naast elkaar spelen. De belangrijkste is waarom doping verboden is. Wat dat betreft zijn er twee redenen die vaak in één adem worden genoemd, maar die naar mijn gevoel niets met elkaar te maken hebben. Zo zou doping schadelijk zijn voor de gezondheid en daarnaast ook nog compe­titievervalsend werken. Men gaat hiermee uitermate ongenuanceerd om. Het mag niet, punt uit. In Nederland krijg je voor sommige delicten een straf die een zeer beperkte tijdsduur heeft. Sporters die een stimulerend middel nemen, kunnen daarentegen voor jaren uitgesloten worden om hun sport te beoefenen. Dit kan het einde van hun carrière betekenen. Het is een aantasting van hun bron van inkomsten en van hun maatschappelijk aanzien. Dit strookt niet met de rechtsopvatting, zeker niet in Nederland.

Kijk naar de heksenjacht die tijdens de Tour de France vorig jaar door de Franse justitie is georganiseerd. De eerste vraag die in je opkomt is wat die mensen hebben gebruikt en waarom ze dat hebben gedaan. Het meest voor de hand liggende antwoord lijkt mij dat ze willen winnen, maar dat is slechts een kant van de zaak. Het is geoorloofd om medicijnen te gebruiken als je klachten hebt. Dan gaat het bijvoorbeeld om inhalatiepreparaten in het geval van astma of aanverwante klachten. Dertig procent van de mensen heeft allergische klachten. Zolang je niets doet, heb je daar geen last van, maar zodra je fikse prestaties gaat leveren wel. Het is dus op zich niet zo verwonderlijk dat je bij topsporters vaak astma klachten ziet. Moet je dan maar accepteren dat je een afwijking hebt waardoor je tot minder grote prestaties kunt komen? Dat is de discussie die momenteel gaande is. Dit was ook de reden om het Nationaal Dopingdebat te organiseren. Om nog eens te kijken naar de meer medische kant van de zaak. Zijn mensen niet zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en moeten ze niet zelf weten of ze stimulerende middelen gebruiken, ook als dat ongezond zou zijn? Het is geaccepteerd dat een artiest bepaalde middelen gebruikt. Mensen die zenuwachtig zijn krijgen een bètablokker. In de sport is dit echter verboden. En iedereen accepteert dat. En zo zijn er talloze middelen die in de normale maatschappij worden geaccepteerd, maar in de sport tot doping worden gerekend. Piloten gebruiken bijvoorbeeld opwekkende middelen als ze ‘s nachts rnoeten vliegen. Waar ligt de grens tussen gezond en ongezond? En dan is er nog het competitievervalsende element dat de discussie gaande houdt. Maar ook daarbij kun je vraagtekens zetten. Sport is gebaseerd op ongelijke kansen. Een basketballer van 2,12 m heeft een duidelijk voordeel ten opzichte van iemand met een lengte van 1,65.

Het competitie element het meest interessant als de uitgangspunten zo gelijk mogelijk zijn? ‘Wat is dan zo gelijk mogelijk? Iemand die in een welvarend land leeft en alle trainingsfaciliteiten heeft of iemand die in Afrika is geboren en die mogelijkheden niet heeft? Trainingsfaciliteiten, optimale voeding, medische begeleiding en vitaminepreparaten kosten veel geld. De grens tussen voeding, vitaminepreparaten en doping preparaten is natuurlijk ook maar een kwestie van definitie. Er wordt kortom een zwart-wit beeld geschapen terwijl het een glijdende schaal is. Neem nu de klapschaats, die zorgt voor een verbetering van het prestatievermogen. Dat wordt niet verboden, maar men vindt dat die klapschaats toegankelijk moet zijn voor iedereen. Als het om technische voorzieningen gaat is dat een vanzelfsprekend antwoord. Dan zou je ook kunnen zeggen dat een goede medische begeleiding en het verantwoord gebruik van stimulerende middelen toegankelijk moeten zijn voor iedereen. Maar dan zegt men dat het schadelijk is voor de gezondheid. Je ziet telkens dat hinken op twee gedachten; aan de ene kant worden vraagtekens gezet bij het gebruik, op het moment dat die vraag gesteld wordt stapt men over op een totaal ander argument tegen doping. Dat wil overigens niet zeggen dat ik een voorstander ben van dopinggebruik.'

Ik doe zelf aan triatlon, maar zou het niet overwegen om doping te gebruiken ook niet als ik daarmee mijn prestaties aanzienlijk zou kunnen verbeteren en de bijwerkingen minimaal zouden zijn. Ik heb ook nooit in die situatie gezeten, dus mag ik dat niet zeggen. Ik pas wel mijn leefwijze aan. Als er ergens in een blad staat dat je twee koppen koffie moet drinken voordat je gaat lopen omdat je daarmee beter presteert, dan doe je dat toch? Ik heb astma en gebruik daarom middelen die ik normaal gesproken niet zou gebruiken. En dat zijn dezelfde middelen als die nu in de Tour opgespoord zijn; corticosteroïden, inhalatiespray en Salbutamol. Salbutamol gebruik ik alleen als ik aan een prestatieloop begin. Maar niemand zal zeggen dat ik doping gebruik om een wedstrijd te winnen.

Eigenlijk moet doping niet gewoon vrijgegeven worden? ‘Vanuit mijn maatschappelijke en wetenschappelijke achtergrond ben ik geneigd te zeggen dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen gedrag en dus ook zelf moet weten of hij doping gebruikt. Ik geloof bijvoorbeeld in alternatieve geneeskunde. Ik zal ze uitleggen dat het geen bezwaren heeft. Zo ligt het met doping ook. Ik zou ze op de gevaren van doping wijzen, maar het zelf niet voorschrijven. Veel geneesmiddelen kunnen in principe gevaarlijke bijwerkingen hebben en ook daar is het de vraag waar de grens ligt. Wat doe je met borstvergroting of borstverkleining?

Een medische ingreep die niet nodig is, maar die artsen toch uitvoeren omdat ze eraan verdienen. Als ik sportarts was, zou ik denk ik niet meewerken aan de vraag naar stimulerende middelen van spor­ters. Maar als iemand duidelijke klach­ten heeft, zou ik niet aarzelen om iets voor te schrijven. Want dan moet je afvragen wat iemand beweegt, wat de maatschappelijke gevolgen zijn als je niets voorschrijft en wat de risico's zijn. In bepaalde gevallen zijn die ri­sico's nihil en is het maatschappelijk aanzien en het plezier dat iemand er aan beleeft groot. In andere gevallen kunnen mensen er wel degelijk door in de problemen ko­men. Als je mensen prednison in tabletten van vijf milligram geeft, weet je dat ze daar last van gaan krijgen. Daar gaat ook een deel van de discus­sie over; wanneer wel en wanneer niet voorschrijven? Een aantal jaren geleden is er een rapport opgesteld met gedragsregels voor sportartsen. Er is toen een uitvoerig debat over doping geweest en men heeft besloten dat het sportartsen niet geoorloofd is om doping voor te schrijven. Een belangrijk argument daarbij is dat het internationaal verboden is en Nederland zich daar dus niet aan moet onttrekken. Welke politieke invloed heeft dan een medisch-ethische Commissie van de Vereniging voor Sportgeneeskunde?

‘De commissie is alleen maar opgezet om vragen te beantwoorden die met verschillende invalshoeken ten aan­zien van doping samenhangen. Neem de sportscholen waar veel anabolica gebruikt worden, vooral voor vertoon op het strand. Is dat geoorloofd of niet? als mensen bij je komen en je weet dat ze die middelen op een medisch onverantwoorde manier gebruiken, moet je dan meedoen of niet? Als ik het niet doe, gaan ze naar een ander die het onverantwoord doet. Als Ik meedoe, hou ik het in ieder geval in de hand. Die vraag kwam op zeker moment aan de orde. Maar sinds bodybuilding een Olympische sport is, valt dat onder de regels van het Internationaal Olympisch Comité en is het gebruik van anabolica dus niet toegestaan. Die gedragsregels zijn vijf jaar geleden opgesteld en aan de medisch-ethische commissie is gevraagd om nog eens kritisch naar die regels te kijken.

Tijdens de evaluatie ervan zal het over meer gaan dan alleen doping. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om de medische gegevens van een persoon zonder diens toestemming in de openbaarheid te brengen. Maar zie wat er is gebeurd met de knie van de voetballer Ruud van Nistelrooy. Dat kwam allemaal in de openbaarheid en kan zijn carrière belemmeren. Hij probeerde zijn blessure binnenskamers te houden, maar medici die daar zijdelings mee te maken hadden, hebben dat naar buiten gebracht. Wij vinden dat je dat niet moet doen. Ook zulke gedragsregels worden geëvalueerd, het gaat uitdrukkelijk om veel meer zaken dan alleen doping.

ke, attractieve en ontspannende bezigheid ervaren.

 

 

 


Chris Brands Consultancy



kledingsponsor

Veel wielrenners, triatleten en andere fanatieke en recreatieve tourliefhebbers hebben hun fietsmaten en fietspositie op basis van hun beenlengte laten bepalen bij de fietsdealer. Mijn vraag is altijd geweest. Hoe kan dat? Fietsen doe je in een bewegende staat en niet door te kijken naar de beenlengte. Natuurlijk bestaat er een relatie tussen beenlengte en de ideale positie, maar deze gaat lang niet altijd op volgens te stelregel zoals deze vaak gebruikt wordt bij de fietsdealer. Om tot een ideale fietspositie te komen gebruiken wij de volgende middelen.

Lees verder >>>

Triconsultancy Sport & Web Support © 2007
homepage chris-brands.nl nieuwspagina chris-brands.nl biografie pagina chris-brands.nl publicatiepagina chris-brands.nl resultatenpagina chris-brands.nl linkspagina chris-brands.nl