Sinds 1989 heeft ING Nederland, Bedrijfsfitness inpandig op de locatie Amsterdamse Poort. Huub Pennock welke toentertijd het belang van bewegen inzag bij werknemers die veel zitten heeft gestaag gewerkt aan een legitimering van bewegen binnen ING. Veertien jaar na dato leeft Bedrijfsfitness bij ING nog steeds. Het is binnen deze periode uitgebreid met 5 locaties en op de hoofdlocatie bestaat er de mogelijkheid om Fysiotherapieconsulten te krijgen. ING Bedrijfsfitness & Fysiotherapie blijkt trendsetter binnen Nederland op het gebied van Bedrijfsfitness.
Legitimering
Bij de start in1989 werd het beweegprogramma opgesteld met het idee dat dit zowel de fysieke al psychische capaciteiten van een werknemer zou bevorderen. De hypothese was: Wanneer iemand fitter is, zal zijn lichaam beter in staat zijn om langdurige handelingen te verrichten. Oftewel, een werknemer die fitter is valt minder uit. In 1993 werd er, na de fusies binnen ING een AWA gedaan (Afdeling Waarde Analyse). Uit onderzoek bleek dat Bedrijfsfitness winstgevend blijkt te zijn, wat erg belangrijk is voor een bedrijf wat als core business “geld” heeft. Er werd een reductie gevonden van gemiddeld 27 ziekteverzuimdagen per werknemer per jaar. Op basis van deze resultaten besloot ING om Bedrijfsfitness uit te breiden met naar meerdere locaties.
Ook uit onderzoeken van o.a. Shepard blijkt dat Bedrijfsfitness wel degelijk resultaat heeft op het ziekteverzuim bij werknemers. In eerste instantie bestond er veel scepsis binnen de wetenschap over het effect van Bedrijfsfitness. De trainingsfrequentie zou te laag zijn om enig effect te bewerkstelligen. Tegenwoordig is dit standpunt veranderd naar een meer genuanceerde mening. Vanuit het Ministerie van VWS wordt bewegen op allerlei manieren gestimuleerd. Via alle mogelijke communicatie middelen die er zijn probeert men de bevolking aan te zetten tot minimaal 30 minuten bewegen op een dag (matige arbeid). Bedrijfsfitness geeft werknemers de mogelijkheid om op de relatief makkelijke manier te bewegen en te komen aan expertise rond de manier van bewegen.
Gezondheid
Dat bewegen gezond is hoeft inmiddels niet meer gepropageerd te worden. Dat niet alle vormen van bewegen tot een toename van gezondheid geven heeft te maken met de grote diversiteit aan bewegen. Voor een bedrijf is het van belang dat een werknemer gaat bewegen, maar daarbij ook de juiste keuzes maakt. Werknemers die weer voor het eerst gaan voetballen zullen een veel hoger risico hebben dan werknemers die onder professionele begeleiding gaan beginnen. Door de professionele begeleiding bij Bedrijfsfitness & Fysiotherapie leren werknemers hoe ze op een verantwoorde wijze kunnen beginnen met bewegen en blijven bewegen. De kans op blessures of uitval op het werk zal hierdoor kleiner worden. Niet alleen voor de preventieve sector (werknemers die niet ziek zijn maar wel moeten bewegen) van bewegen heeft Bedrijfsfitness & Fysiotherapie een oplossing.
Ook in de curatieve sector wordt veel gedaan. Werknemers met zowel beroepsziekte (RSI, lage rugklachten) als andere aandoeningen (CVA, Bechterew, Parkinson, hartklachten, diabetes) kunnen terecht bij Bedrijfsfitness & Fysiotherapie. Er bestaat de mogelijkheid om fysiotherapie consulten te krijgen en in te stromen bij medische fitness. De fysiotherapie is beperkt tot een maximaal aantal behandelingen van 3. Na deze behandelingen zijn er externe fysiotherapeuten die de behandeling over kunnen nemen. Belangrijkste voordeel hiervan is dat de fysiotherapeuten niet geremd worden door het verdienen van hun eigen geld. Ze kunnen hierdoor een relatief objectief advies aan de patiënt meegeven. De medische fitness is er vooral op gericht om de zieke werknemer een goede leidraad met betrekking tot bewegen mee te geven welke past bij zijn pathologie. Het grote voordeel voor het bedrijf is dat problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en ook direct aangepakt worden
Protocollen
Het concept om te werken met protocollen en procedures wordt al een lange tijd gehanteerd binnen Arbo-diensten, echter bij bewegingsadviseurs is dit zelden tot niet het geval. In de geneeskunde noemen ze protocollen ook wel een standaard, vooral huisartsen zullen dit herkennen. Protocollen zijn een belangrijk item bij certificeringen. Zo worden door heel Nederland alle Arbo-diensten gecertificeerd aan de hand van hun protocollen en de naleving daarvan in de handelingwijze.
Bij Bedrijfsfitness & Fysiotherapie wordt er ook gewerkt met protocollen. Elke handeling die gedaan wordt staat beschreven in een protocol. Voordeel hiervan is dat de werkwijze vastgelegd is. Elke medewerker Bedrijfsfitness & Fysiotherapie heeft hierdoor dezelfde werkwijze. Indirect maakt het voor Bedrijfsfitness mogelijk om meegenomen te worden bij een auditering van de Arbo-dienst. In de nabije toekomst zal er waarschijnlijk ook een keurmerk Bedrijfsfitness ontstaan waarbij alle instanties die pretenderen Bedrijfsfitness te voeren, dit toonbaar moeten maken aan de hand van protocollen.
Testen
Zowel bij Fysiotherapie als bij Bedrijfsfitness worden voorafgaand aan de start van deelname en gedurende elk halfjaar als follow-up, testen afgenomen bij de werknemers. De testen hebben tot doel de werknemers inzicht te geven in de voortgang van hun eigen conditie (kracht, lenigheid, snelheid, coördinatie en uithoudingsvermogen). Tijdens de test richt de medewerker van Bedrijfsfitness & Fysiotherapie zich voornamelijk op de progressie of degressie van de deelnemer. Samen met de deelnemer wordt er besloten om het programma aan te passen of een verandering aan te brengen in de “ lifestyle”, zodat deze persoon in combinatie met zijn andere interessegebieden toch voldoende kan bewegen, zonder dat deze het idee heeft dat hij er te veel voor moet laten.
Het “lifestyle advies” is hierbij een belangrijk medium om de werknemers van ING duidelijk te maken dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen bewegingsgedrag. Bedrijfsfitness kan daarbij helpen maar moet niet een primaire voorwaarde zijn om te gaan bewegen. Een aantal parameters die worden gebruikt bij de test worden anders gebruikt dan in het reguliere circuit. Zo wordt de Ästrandtest gebruikt maar niet als absolute maat, maar eerder als vergelijking met een vorige test. Op deze manier is het beter aantoonbaar welke vorderingen de deelnemer heeft gemaakt. Ook wordt er tijdens de test gebruik gemaakt van Polar Xtrainer. Met deze hartslagmeter is het mogelijk om het verloop van de hartfrequentie tijdens de gehele test te zien in een curve die ingelezen wordt na de test. Een vergelijking van de curve bij twee testen geeft veel adequate informatie over de persoon zelf. Als nieuwe parameter maakt Bedrijfsfitness & Fysiotherapie gebruik van de herstelhartfrequentie over een minuut. Na de 6 minuten van de Ästrandtest wordt er in een keer gestopt met fietsen. De deelnemer blijft dan een minuut helemaal stil zitten om te zien hoe snel de hartfrequentie na inspanning daalt. Dit middel is voornamelijk om te bepalen hoe snel het lichaam weer terugkeert naar een relatieve homeostase na inspanning.
De hypothese voor deze meting is ontstaan na het lezen van artikelen over EPOC (Excess Postexercise Oxygen Consumption) en MOD (Maximum Oxygen Deficit). Herstelhartfrequentie, hersteltijd (EPOC) wordt beschreven als het vermogen van het hart om zich aan te passen aan een situatie na geleverde arbeid. Het gaat hierbij om de zuurstof die geconsumeerd wordt na een periode van inspanning. De snelheid van herstel die optreedt na de inspanning kan als graadmeter gebruikt worden om inzicht te krijgen in het uithoudingsvermogen van een proefpersoon.
Omdat er weinig normatieve tabellen aanwezig zijn met betrekking tot de herstelhartfrequentie is er een eigen normatieve tabel samengesteld. In deze tabel zijn meer dan 1000 deelnemers Bedrijfsfitness & Fysiotherapie opgenomen. Het gaat voornamelijk om de populatie die een regulier leven heeft en één keer per week bij Bedrijfsfitness & Fysiotherapie traint. De tabel is gericht op de eigen populatie en daarom zeer geschikt om als vergelijking te gebruiken. Ook hierbij wordt er weer een vergelijking gebruikt ten opzichte van een vorige test.
Trainingen
De trainingen verlopen volgens specifiek een rooster. Alle werkdagen zijn verdeeld in drie blokken. Ochtendtrainingen, Lunchtrainingen en Middag (avond) trainingen. Er bestaat de mogelijkheid om medische -, individuele -, groep - of looptrainingen te volgen. Tijdens de individuele trainingen krijgt iedere deelnemer een eigen trainingsprogramma gericht op zijn doel. Het trainingsdoel wordt samen met de begeleider besproken. Doelstellingen worden bepaald aan de hand van de volgende punten: Specifiek meetbare doelen, moeilijke maar realistische doelen, prestatiedoelen in plaats van resultaatdoelen, positieve doelen in plaats van negatieve doelen, herkenen wanneer een doel bereikt is, sla een doel in je geheugen op zodra het bereikt is. Deze punten zijn nodig om de deelnemer een positieve ervaring mee te geven. De trainingen verlopen op basis van plezier, waarbij de begeleider oog heeft voor de fysieke en psychische aspecten van de deelnemer met als doel het gezond functioneren binnen de organisatie.
Bedrijfsfitness en Fysiotherapie is een belangrijk medium geworden om medewerkers aan te sturen tot een gezonde levenswijze. Wanneer het advies gegeven wordt door goede professionals zal het effect groot kunnen zijn. Belangrijk in het geheel is dat de werknemer zich bewust wordt van zijn eigen verantwoordelijkheid om zijn lichaam in een goede staat te houden om op die manier onder andere zijn werk goed uit te voeren. Bedrijfsfitness & Fysiotherapie bij ING is hierin een trendsetter binnen de wereld van Bedrijfsfitness.
|