Herstel voor de triatleet
Het
verbeteren van je fysieke fitheid gebeurd niet tijdens een
training, maar vooral na een training. Het herstelproces
begint nadat je de training voor een Ironman of een olympische
afstand hebt afgewerkt.
Trainen betekent het lichaam een bepaalde vorm van stress
opleggen. De lengte/intensiteit van de training bepaalt
hoelang je daarna moet herstellen. De vraag is echter hoe
lang dat dan duurt voordat je lichaam de stress heeft verwerkt,
zodat je de volgende training weer goed kan aanvangen. Dit
proces herhaal je heel vaak om ervoor te zorgen dat je lichaam
in een steeds betere staat terecht komt om uiteindelijk
op het “moment supreme” zo veel stress op te
leggen, met als gevolg dat je daarna een lange tijd nodig
hebt om te herstellen. Dit noem je dan een piekwedstrijd.
De meeste triatleten kennen dit proces en proberen dit al
dan niet met behulp van een trainer/begeleider zo goed mogelijk
te beïnvloeden.
Ondank het feit dat het herstelproces op deze manier werkt
zijn er veel triatleten die in de week voor de wedstrijd
of in het proces voor de piekwedstrijd toch nog veel te
veel doen. De triatleet twijfelt aan zichzelf en aan het
aantal trainingen die hij heeft gedaan. Helaad wordt door
de omgeving van de triatleet het irreële “ te
weinig gedaan” soms nog een keer bevestigd. Ook heeft
het invloed wanneer je als triatleet hoort dat een professional
een laatste week nog 18 uur traint. Vaak wordt dan wel vergeten
dat deze atleten in hun voorbereiding komen van veel meer
uren trainingsomvang en veel meer herstelvermogen dan dat
jij aan zou kunnen. Kortom spiegelen is in dit geval een
fenomeen wat vaak gedaan wordt, maar niet reëel is.
Het is moeilijk voor een duursporter te accepteren dat er
aan je herstelvermogen een grens is, wanneer je in je leven
veel bezigheden hebt.
De
eerste en meest belangrijkste stap om tot een beter herstel
te komen is de attitude die je hebt met betrekking tot trainen.
De beste gedachte is om naar jezelf toe te herhalen dat
het herstel ervoor zorgt dat je beter gaat worden en niet
het aantal trainingen of de intensiteit die je in de trainingen
uitvoert. Probeer jezelf niet voor de gek te houden met
het idee dat je training goed is geweest omdat je getraind
hebt. Bedenk dat een training pas waardevol is wanneer je
ook normaal kan herstellen van een training. Als dit niet
het geval is het je dus klaarblijkelijk te veel en/of te
hard getraind.
De tweede stap is om je training tijdens het proces aan
te passen op momenten dat je het gevoel hebt of cijfers
te zien krijgt (bv verhoogde rusthartslag), dat je herstel
niet zo optimaal is zoals het zou moeten zijn. Hieronder
geef ik een aantal tips om ervoor te zorgen dat je niet
traint om te trainen of traint omdat je te weinig zelfvertrouwen
hebt.
Plan
met principes
Triatleten kunnen het idee hebben dat ze elke training moeten
presteren op hun wedstrijd niveau. De waarheid is dat wanneer
je dit zou doen, het proces van beter worden niet gehaald
wordt. Na 2 weken ben je zo opgebrand dat bij de tijd wanneer
je piekwedstrijd is, jij al lang overtraind bent.
Dit idee vertaald zich in het feit dat trainingen gepland
staan en kostte wat het kost de training gedaan moet worden
ongeacht het herstel. Wanneer je nauwelijks de trap op komt
na een training is het niet verstandig om de volgende dag
je belangrijke training te gaan doen. Het is dan verstandiger
om een hersteldag in te bouwen. Dit kan een hele rustige
korte training zijn of wellicht helemaal niks doen.
Het principe is dat wanneer je volledig wil profiteren van
je kerntrainingen, jij bijna volledig hersteld moet zijn.
Dit kan je heel goed plannen maar dat kan alleen wanneer
je het proces heel nauwkeurig in de gaten houdt. Dat betekent
dat wanneer je het goed doet je nooit een kerntraining hoeft
over te slaan. Je hebt het aantal kerntraining in de week
beperkt tot het aantal wat je goed aan kan. Vorige logboeken
en of een goede trainer/begeleider kan daarbij helpen.
Het
monitoren van je herstelstatus
Het controleren of monitoren van je herstelstatus kun je
zowel op een subjectieve als objectieve manier doen. Subjectief
wil zeggen dat je probeert te achterhalen hoe jij je op
de dag van een geplande training voelt. Het gaat om de waarde
die jij geeft aan je gevoel. Moeilijk hieraan is dat wanneer
je daar ineens mee begint je nog geen waarde kan geven aan
je gevoel. Hier heb je veel ervaring nodig en zal je ergens
in je sportieve carrière de grens moeten hebben opgezocht.
Bij een objectieve meting is het de bedoeling dat je een
aantal parameters meet aan je eigen lichaam. Lichaamsgewicht,
rustpols zijn degene die je zelf makkelijk kan meten. Ook
aan bloedwaarden kan je zien of je in een verkeerde staat
bent of niet. Dit zou een advies kunnen zijn voor atleten
die snel richting overtraining gaan. Als objectieve meting
kan ook de polar vermoeidheidstest gebruikt worden (deze
zit standaard op de duurdere polar modellen). Zeker wanneer
je geen subjectieve richtlijnen hebt met betrekking tot
je intensiteit en omvang in relatie tot vermoeidheid van
je lichaam.
Wanneer je dit goed doet zal je na verloop van tijd een
patroon in je belastbaarheid gaan herkennen. Ik weet van
mezelf dat ik niet een lange fietsrit na een lange duurloop
moet plannen. De kwaliteit van de fietstraining is niet
van dien aard dan wanneer ik de training omdraai. Op basis
van deze richtlijn kan je bepalen of het verstandig is om
een training te doen of juist een keer over te slaan.
Stapgrote
van het aantal trainingsuren
Vaak wordt er door een triatleet wel een logboek bijgehouden
maar niet gekeken naar de stapgrote. Klassiek voorbeeld
is om in het voorseizoen een trainingskamp te plannen en
van 10 uur in de week trainen in eenmaal naar 30 uur in
de week trainen te gaan. Buiten het feit dat het kan zorgen
voor blessures is het ook nog een keer onhandig voor je
trainingen in de periode na het trainingskamp. Het is dus
belangrijk om je trainingskamp goed voor te bereiden met
het langzaam opbouwen van het aantal trainingsuren in de
periode voor het trainingskamp. Het ideale is om je arbeid
(volume maal de intensiteit) zo toe te laten nemen dat je
ook echt beter wordt van trainingen. Natuurlijk is het mogelijk
dat je een trainingskamp plant op die manier. Je moet bedenken
dat niet alle processen in het lichaam even snel aanpassen
aan training en dat een trainingskamp ervoor kan zorgen
dat je eerder aan je limiet zit dan wanneer je het rustiger
opgebouwd zou hebben. De tragere processen hebben ook de
tijd om zich aan te passen. Ik denk dat de ideale cyclus
van het komen in topvorm rond de 24 weken ligt.
Maak
voeding een ingeburgerd geheel van je herstel
Voeding is de basis van je herstel na je training of wedstrijd.
In voeding worden alle essentiële stoffen aangeboden
om ervoor te zorgen dat het lichaam klaar is om een volgende
training of wedstrijd aan te kunnen. Wanneer je de juiste
stoffen op de juiste momenten in de juiste verhouding neemt
kan je tot bijna drie keer zo snel herstellen ten opzichte
van helemaal niks doen.
Buiten het feit dat de verhouding tussen vetten, koolhydraten
en eiwitten goed moet zijn, is het ook van belang de voeding
het liefst direct na de training te nemen. Wanneer je binnen
2 uur van de training je voeding binnen krijgt, zorgt het
lichaam ervoor dat de essentiële stoffen sneller opgenomen
worden. Ook is het van belang dat je leert dat het gaat
om gezonde stoffen en niet de slechte stoffen. In een diesel
auto kan je ook geen benzine gooien. Dat is slecht voor
de auto.
Grofweg zijn er 5 verschillende voedingsstoffen die nodig
hebt om te herstellen: water en elektrolyten, mineralen
om het de verloren mineralen door zweten te compenseren,
koolhydraten om het verbruikte glycogeen te compenseren,
eiwitten om hormoonsysteem, enzymen, spieren en andere aanverwante
stoffen te repareren. Antioxidanten om de spierschade sneller
te herstellen.
hersteltrainingen
Een triatleet die twee keer per dag een hersteltraining
doet (bv fietsen naar en van je werk) zal sneller herstellen
dan een triatleet die er maar een per dag doet. Dit heeft
te maken met de wetenschap dat je van een training een versneld
herstelvermogen hebt. Dus een hele rustige korte training,
meerdere malen op een dag levert het meeste effect op. Herstel
betekent bij een training van 30 minuten tot 1 uur op een
intensiteit van 50% Heart rate reserve.
Werken
met trainingsblokken
Probeer in een trainingsblok een vaste cyclus aan te houden,
waarin je in één week een omvangtraining,
een specifiek intensieve training en een hersteltraining
plant. Je trainingsblok bestaat uit 4 trainingsweken. In
de 1e tot en met de 3e week voer je langzaam het aantal
uren en de lengte van de trainingen op. De vierde week is
een relatief rustiger week. Het aantal en de duur van de
trainingen hangt af van verschillende factoren: de geschiedenis
van de atleet, de fase in de voorbereiding voor de volgende
wedstrijd en de duur van die wedstrijd. Ook hier geldt weer
voor dat je dit doet in het kader van het creëren van
voldoende herstel. Het plannen voorkomt dat je over een
langere periode te vermoeid raakt om te trainen of nog belangrijker
te presteren. Probeer op basis van je verleden, je doel
en je beschikbare tijd een cyclus te plannen.
Taper
met beleid
Wanneer je voor elke onbelangrijke wedstrijd flink gaat
taperen loop je wellicht een persoonlijk record op de halve
marathon, maar zal je merken dat je piekwedstrijd niet goed
gaat. Het is daarom van belang om alleen te taperen wanneer
dit echt belangrijk voor jou is. Als stelregel wordt vaak
aangehouden dat je in een taperweek op 60% van je totale
volume moet zitten. Natuurlijk kan je jezelf ook een keer
verassen. Je hebt alle trainingen gedaan en van een dagje
extra rust zal je zeker niet slechter worden.
Slaaf
van je schema
Meeste triatleten zijn heel erg enthousiast en denken dat
ze nooit genoeg aan het doen zijn. Leer meer in contact
te staan met jezelf en dat de afstanden en uren slechts
een leidraad zijn om jou beter te maken. Het kan dus zo
zijn dat door omstandigheden het niet verstandig is om toch
aan de geplande omvang te komen.
Heb
geduld met je vorm
Snel je top bereiken heeft zo zijn nadelen. Zeker wanneer
je Ironmans wilt gaan doen heb je een langere periode nodig
om tot een echte prestatie te komen. Je lichaam moet over
een periode van jaren aanpassen aan de belasting die je
het oplegt. Dit gaat niet van de ene op de andere dag. Dat
is tevens de reden waarom dit een hele moeilijk afstand
is. Je moet geduld hebben. Bedenk dat je rustige trainingen
verreweg het belangrijkste zijn om te doen. Dit de basis
waarop je de komende jaren kunt bouwen en ervoor kan zorgen
dat je beter gaat presteren. Opdrijfzand kun je geen huis
bouwen. Doe dat dan ook niet in je trainingen.
Herstel
na een piekwedstrijd
Na je piekwedstrijd ben je tevreden en wil je niks liever
dan weer beginnen met trainen. Probeer er aan te denken
dat je na deze wedstrijd alle structuren/systemen dusdanig
hebt belast dat je niet in staat bent om de weken erna ervoor
te zorgen dat je niveau weer heel snel op het peil is van
de piekwedstrijd. Neem extra lang de tijd om van je piekwedstrijd
te herstellen en te genieten. Ongeacht het resultaat. Je
hebt alle mogelijkheden benut om in die periode jezelf zo
goed mogelijk voor te bereiden op de piekwedstrijd. In deze
periode met deze omstandigheden en met deze vorm was dit
het maximaal haalbare.
Terug
naar het nieuwsoverzicht