The science of cycling: physiology and training - part 1.
Sports Med. 2005;35(4):285-312.
Faria EW, Parker DL, Faria IE.
The science of cycling: factors affecting performance - part 2.
Sports Med. 2005;35(4):313-37.
Het doel van dit stuk is om beter inzicht te krijgen in de natuur van fietsen. Onderzoeken zijn gepresenteerd op een praktische manier om toegepast te worden in het wielrennen. De twee delen zijn zeer waardevol voor, wielrenners, coaches, trainers en inspanningsfysiologen om op een goede manier hun beleid mbt trainen, adaptatie tot trainen en het opstellen van nieuwe onderzoeksgebieden.
Voor het eerst wordt er getracht de mythes en andere misvattingen uit te legen, welke in het hedendaagse fietsen nog steeds heersen. Heel duidelijk worden de beperkingen beschreven van veel onderzoeken en hoe je om zou moeten gaan met de betrouwbaarheid en validiteit van de onderzoeken. Erg volgt een uitgebreide beschrijving van factoren die het meest van invloed zijn op de prestatiefactoren van het fietser
Leuk aan het boek is dat ze proberen training strategie op aeroob en anaeroob gebied uit te leggen. Volgens Faria en Faria is het zo dat wanneer de Vo2 max (vo2piek) koppelt aan andere prestatiebepalende factoren de vo2 max. een hele goed voorspeller blijkt te zijn voor de prestatie. Hoe ze dat precies voor ogen hebben leggen ze uit in dit artikel.
Belangrijkste vinding van Faria en Faria is dat lactaatmythe opgeheven wordt. Lactaat is in hun verhaal een werking heeft die ervoor zorgt dat waterstof ionen juist een lagere concentratie geven in plaats van een hogere concentratie zoals altijd beweert werd, hierdoor zou je juist voordeel van lactaat hebben.
Om de vermoeidheid in de spier te beperken is het verstandig om een aantal hoge trapfrequenties te gebruiken (trainen). Het onbewuste systeem van het vermijden van vermoeidheid heeft een ondergrens en een bovengrens welke een soort comfortzone aangeeft bij de atleet. Deze comfortzone is nodig om ervoor te zorgen dat de wedstrijd of inspanning volbracht wordt.
Prestatiebepalende factoren volgens Faria zijn:
• vermogen bij lactaat drempel piek vermogen
• piek vermogen irt gewicht bij een waarde hoger dan 5,5 w/kg
• Het percentage type 1 vezels in de vastus lateralis
• Maximale lactaat steady state (MLSS) bij het hoogste wattage waarbij lactaat stabiel blijft.
Er wordt in het stuk ook ingegaan op de verschillende ademhalingspatronen welke van invloed kunnen zijn op de prestatie. Aanpassingen op lokaal niveau schijnen een belangrijkere rol aan te nemen in het submaximale prestatievermogen dan de centrale aanpassingen. Een nieuwe benadering hierin is dat korte sprintjes ervoor zorgt dat
Alle factoren op lokaal niveau beter worden zonder het aerobe vermogen aan te tasten.
Bij taperen is de beste strategie om intensiteit te behouden maar het aantal uren flink terug te schroeven. Deze taper zou het beste zijn voor de prestatie bij een tijdrit.
Wil je er meer van weten? Dan is het aan te raden het boek te bestellen en het artikel op te vragen.
Terug naar het nieuwsoverzicht |